Fonologische stoornissen

“Taren, gaan we taarten in de teuten?”

Wat is een fonologische stoornis?

De fonologie is de klankleer van de spraak. Deze bestaat uit ontelbare regels. Die regels hebben we tijdens onze kindertijd (onbewust) opgepikt door andere volwassenen te horen spreken. Denk maar aan de regel ‘wanneer er een d op het einde van het woord staat, zoals bij hond, spreken we toch een /t/ uit’. Over deze regel heb je waarschijnlijk nog nooit nagedacht, maar toch pas je hem toe.

Wanneer een kind één of meerdere van deze klankregels niet of verkeerd toepast (zoals in het bovenste voorbeeld) en er toch aan toe is voor zijn/haar leeftijd, spreken we van een fonologische stoornis. Het kind heeft als het ware eigen regels verzonnen en gebruikt deze consequent. Zo’n ‘verzonnen’ regel noemen we een fonologisch proces of een vereenvoudigingsproces. Een kind met een fonologische stoornis kan één fonologisch proces gebruiken, of meerdere.

De meest voorkomende fonologische processen zijn:

Fronting: het kind spreekt een klank die vanachter uitgesproken wordt (bv. /k/) vooraan in de mond uit (bv. /t/), zoals in ‘taas’ (kaas)
Backing: het kind spreekt een klank die vooraan uitgesproken wordt (bv. /t/) achteraan in de mond uit (bv. /k/), zoals in ‘kafel’ (tafel)
Stopping: het kind ‘stopt’ een klank die je normaal gezien lang kan aanhouden (bv. /s/), zoals in ‘tok’ (sok)
Gliding: het kind vervangt /l/ en /r/ door een /j/ of /w/, zoals ‘jok’ of ‘wok’ (rok)
Clusterreductie: het kind laat bij een cluster (bv. br) één letter weg, zoals ‘boek’ (broek)

Deze fonologische processen beïnvloeden de verstaanbaarheid. Ze zorgen ervoor dat je kind vaak niet begrepen wordt. Als het kind uit het voorbeeld hierboven bijvoorbeeld ‘taarten’ wenst voor haar verjaardag, bedoelt zij dan effectief taarten of kaarten?

Fonologische stoornissen

Hoe wordt een fonologische stoornis onderzocht?

Tijdens een fonologisch onderzoek krijgt het kind plaatjes te zien die het moet benoemen. De logopediste schrijft precies opwat het kind zegt. Dit duurt ongeveer 30 à 60 minuten.

Nadien kijkt de logopediste naar welke klanken het kind heeft vervangen door andere klanken. Op basis van deze woorden kan zij er achter komen welke fonologische vereenvoudigingsprocessen het kind toepast. Ze beslist ook welke fonologische processen het eerst behandeld moeten worden.

 

Hoe wordt een fonologische stoornis behandeld?

Bij de behandeling van een fonologische stoornis staan vooral plezier en zelfontdekking centraal. De behandeling is afhankelijk van de leeftijd van het kind.

Behandeling van jonge kinderen (vanaf 2 à 2,5 jaar)volgens Hodson& Paden
Een behandeling volgens Hodson& Paden heeft 2 basisprincipes: stimuleren en produceren. Het kind wordt zo veel mogelijk gestimuleerd; het kind krijgt de klank die hij/zij niet zegt vaak aangeboden. Dit gebeurt auditief (horen), tactiel (voelen) en visueel (zien). Anderzijds ontlokken we ook de spraakklanken. Ook dit gebeurt aan de hand van auditieve, tactiele en visuele informatie. Er wordt ook semantische informatie betrokken. Dit betekent dat het kind ervan bewust gemaakt wordt dat er een verschil is tussen /taart/ en /kaart/.

Behandeling bij oudere kinderen (3,5 tot 6 jaar) volgens Metaphon
Bij een fonologische stoornis zegt men wel eens dat het probleem niet ‘in de mond’ van het kind zit, maar wel ‘in het koppie’ (in tegenstelling tot articulatietherapie). Dit betekent dat we met het kind heel actief aan de slag gaan om de vereenvoudigingsregel die hij/zij gebruikt, stapje voor stapje te ontleden. Dit gebeurt steeds op een leuke manier, aan de hand van verhaaltjes en spelletjes.